Luchtvervoer: gemeenschappelijk Europees luchtruim
Met het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim wordt beoogd de doeltreffendheid van het luchtverkeersbeheer en de luchtvaartnavigatiediensten te verbeteren door de fragmentatie van het Europese luchtruim te verminderen. Het initiatief wordt toegepast in heel Europa en staat open voor buurlanden van de EU.
Rechtsgrondslag
Artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Doelstellingen
Het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES) werd in 1999 genomen om de prestaties van het luchtverkeersbeheer[1] (ATM) en de luchtvaartnavigatiediensten[2] (ANS) te verbeteren door middel van een betere integratie van het Europese luchtruim. Het SES kan enorme voordelen hebben: in vergelijking met 2004 kan het SES (na voltooiing rond 2030-2035) de luchtruimcapaciteit verdrievoudigen, de kosten van het ATM halveren, de luchtvaart tien keer zo veilig maken en de impact van de luchtvaart op het milieu met 10 % doen afnemen[3].
Resultaten
Het SES-initiatief werd gelanceerd vanwege vertragingen ten gevolge van de luchtvaartnavigatie. Het doel was om de fragmentatie van het Europese luchtruim (tussen lidstaten, civiel en militair gebruik, en technologieën) te verminderen en zo de luchtruimcapaciteit en de doeltreffendheid van het ATM en de ANS te vergroten. Het initiatief wordt toegepast in heel Europa en staat open voor buurlanden van de EU. In de praktijk moet het SES tot kortere vluchttijden leiden (door kortere routes en minder vertragingen) en daarmee tot lagere kosten voor vluchten en een vermindering van de uitstoot door vliegtuigen. De eerste reeks gemeenschappelijke eisen voor de totstandbrenging van het SES werd in 2004 aangenomen (SES I); hieronder vielen Verordening (EG) nr. 549/2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim, Verordening (EG) nr. 550/2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten, Verordening (EG) nr. 551/2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim[4] en Verordening (EG) nr. 552/2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging. Dit kader werd gewijzigd in 2009 (SES II) om hierin op prestaties gebaseerde mechanismen op te nemen (Verordening (EG) nr. 1070/2009). Het werd ook aangevuld door de uitbreiding van de EU-regels inzake luchtvaartveiligheid (en de hieraan gerelateerde bevoegdheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart) met het ATM, ANS en luchthavenactiviteiten[5]. Tegelijkertijd is een aantal uitvoeringsbepalingen en technische normen vastgesteld door de Commissie via de comitéprocedure of — minder frequent — door de medewetgevers[6].
Dit uitgebreide regelgevingskader heeft een stimulans gegeven aan de herstructurering van het Europese luchtruim en de levering van luchtvaartnavigatiediensten, doordat regelgevende taken werden gescheiden van dienstverlening en er werd gezorgd voor meer flexibiliteit in het civiele en militaire gebruik van het luchtruim, de interoperabiliteit van materiaal, de geharmoniseerde classificatie van het hogere luchtruim[7], een gemeenschappelijke heffingsregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en gemeenschappelijke vergunningseisen voor luchtverkeersleiders. Daarnaast zijn de belangrijkste onderdelen vastgesteld die de structuur van het SES vormen:
- In het kader van de “prestatieregeling”[8] zijn bindende prestatiedoelen op kerngebieden, zoals veiligheid[9], milieu, capaciteit en kostenefficiëntie en stimuleringsmaatregelen, vastgelegd die zijn gericht op het verbeteren van de algehele doeltreffendheid van het ATM en ANS. De prestatiedoelen zijn door de Commissie via de comitéprocedure vastgesteld[10]. Het door de Commissie aangewezen “prestatiebeoordelingsorgaan” helpt bij de voorbereiding van deze doelen en houdt toezicht op de uitvoering van de prestatieregeling;
- De “netwerkbeheerder” (momenteel Eurocontrol[11]) moet de prestaties van het EU-luchtvaartnetwerk verbeteren. Deze houdt zich bezig met de netwerkfuncties die een gecentraliseerde aanpak vereisen, zoals ook het geval is voor het ontwerp van het Europese routenetwerk, de luchtverkeersstroomregeling (air traffic flow management – ATFM) en de coördinatie van radiofrequenties die door het algemene luchtverkeer worden gebruikt;
- Via de “functionele luchtruimblokken” (functional airspace blocks – FAB’s) wordt getracht een einde te maken aan de fragmentatie van het Europese luchtruim, door het op basis van verkeersstromen in plaats van op basis van nationale grenzen te herstructureren. Dit maakt een nauwere samenwerking (d.w.z. een beter beheer van het luchtruim, optimalisering van het routenetwerk en een schaalvoordeel door de integratie van diensten) of zelfs grensoverschrijdende fusies van dienstverleners mogelijk, waardoor de kosten van ANS worden teruggedrongen;
- De Gemeenschappelijke Onderneming SESAR (ATM-onderzoek voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim), die in 2007 is opgezet, beheert de technologische en industriële dimensie van het SES, d.w.z. de ontwikkeling en inzet van het nieuwe Europese ATM, en heeft tot doel om de automatiseringsgraad en het niveau van veilige gegevensuitwisseling en connectiviteit in ATM te verhogen in het kader van zijn initiatief voor een digitaal Europees luchtruim.
Het Europese luchtruim is echter nog lang niet volledig geïntegreerd. Het SES-initiatief (waarvan de voltooiing in ieder geval niet verwacht werd vóór 2030-2035) stuitte op problemen en weerstand, voornamelijk als gevolg van het enorme toepassingsgebied. In juni 2013 heeft de Commissie een nieuwe reeks regels voorgesteld voor het aanpakken van de tekortkomingen op het gebied van doeltreffendheid en prestaties, alsook de suboptimale institutionele opzet. Hoewel het Parlement in 2014 zijn standpunt in eerste lezing heeft vastgesteld, zijn de besprekingen met de Raad over deze maatregelen echter kort daarna gestopt.
Op 22 september 2020 heeft de Commissie een herziene versie van hetzelfde voorstel aangenomen waarmee moet worden voorzien in een duurzamer en veerkrachtiger ATM, dat aansluit bij de Europese Green Deal. De actualisering bestond uit een gewijzigd voorstel voor een verordening voor de implementatie van het SES (2013/0186(COD), bekend als SES2+), waarin met name de bepalingen inzake het verplichte gebruik van FAB’s zijn geschrapt, en een voorstel tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1139 wat betreft het vermogen van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart om als prestatiebeoordelingsorgaan van het SES te fungeren (2020/0264(COD))[12]. In juni 2021 gaf de Commissie vervoer en toerisme haar goedkeuring voor haar verslag over dit laatste voorstel en ook haar geactualiseerde onderhandelingsmandaat voor het voorstel voor een verordening inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim goed (2013/0186(COD)). Op 13 juli 2021 gingen de interinstitutionele onderhandelingen tussen de medewetgevers van start.
Op 5 maart 2024 bereikten het Parlement en de Raad een voorlopig akkoord over de hervorming van het gemeenschappelijk Europees luchtruim. Dit zijn de voornaamste punten van het voorlopig akkoord:
- verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de nationale toezichthoudende instantie kunnen deel uitmaken van dezelfde organisatie, mits zij functioneel gescheiden zijn en voldoen aan onafhankelijkheidsvereisten;
- de lidstaten zullen ook functies van economisch en veiligheidstoezicht in dezelfde administratieve entiteit kunnen onderbrengen;
- de lidstaten kunnen toestaan dat bepaalde luchtvaartnavigatiediensten onder marktvoorwaarden worden opengesteld;
- in een kosten-batenanalyse zal worden gekeken naar de kwestie van verplichte modulering van en-routeheffingen om luchtruimgebruikers aan te moedigen verbeteringen in de klimaat- en milieuprestaties te ondersteunen;
- de nationale toezichthoudende instanties en de Commissie zullen samen de prestaties van luchtvaartnavigatiediensten beoordelen, en binnen de Commissie wordt een onafhankelijk prestatiebeoordelingsorgaan met een adviserende rol opgericht om de Commissie bij deze taak te ondersteunen;
- om de twee afzonderlijke procedures (SES2+(2013/0186(COD) in tweede lezing, en EASA-PRB (2020/0264 (COD) in eerste lezing) op elkaar af te stemmen, besloten de medewetgevers beide voorstellen van de Commissie samen te voegen en hierdoor werden de bepalingen inzake het prestatiebeoordelingsorgaan onderdeel van de herziening van SES2+. Als gevolg daarvan heeft de Commissie in haar werkprogramma voor 2025 aangekondigd dat ze van plan is het EASA-PRB-voorstel in te trekken.
Na de formele goedkeuring door het Parlement en de Raad werd Verordening (EU) 2024/2803 op 11 november 2024 in het Publicatieblad bekendgemaakt.
De rol van het Europees Parlement
Het Parlement heeft altijd getracht belemmeringen voor de uitvoering van het SES weg te nemen door middel van een pragmatische aanpak. Daartoe heeft het, met succes, een krachtig pleidooi gehouden voor nauwe samenwerking tussen de civiele en militaire sectoren met het oog op een flexibel gebruik van het luchtruim. Het Parlement heeft tevens voorgesteld om een raadgevend orgaan voor de sector op te zetten, zodat belanghebbenden de Commissie kunnen adviseren over de technische aspecten van het SES. Daarnaast heeft het Parlement altijd benadrukt dat Eurocontrol een belangrijke rol moet spelen in de uitvoering van het SES en dat de samenwerking met buurlanden van de EU moet worden bevorderd, zodat het initiatief kan worden uitgebreid tot buiten de grenzen van de EU. Bovendien acht het Parlement het noodzakelijk dat het SES in overeenstemming is met de Green Deal-doelstelling om de milieueffecten van de luchtvaartsector te verminderen.
Aangezien de belangrijkste doelstellingen van het SES nog moeten worden verwezenlijkt, roept het Parlement de Commissie nu op om over te stappen van een bottom-upaanpak op een top-downaanpak om zo de nog bestaande weerstand weg te nemen en de uitvoering van het initiatief te versnellen, met name met betrekking tot het SESAR-programma.
Belangrijke, hiermee verband houdende besluiten van het Parlement zijn onder andere:
- zijn standpunt van 29 januari 2004 over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim;
- zijn standpunt van 25 maart 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004, (EG) nr. 551/2004 en (EG) nr. 552/2004, teneinde de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren;
- zijn resolutie van 23 oktober 2012 over de tenuitvoerlegging van de wetgeving op het gebied van het gemeenschappelijk Europees luchtruim;
- zijn standpunt van 22 oktober 2024 over het voorstel voor een verordening inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim.
Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de website van de Commissie vervoer en toerisme van het Parlement.
Maja STRNAD MESKO