Zuidoost-Azië

Zuidoost-Azië is een deel van de Indo-Pacifische regio dat van groot geostrategisch belang is voor de EU en momenteel met belangrijke geostrategische uitdagingen te maken heeft. De Indo-Pacifische regio verandert snel en aangezien meer dan 50 % van de wereldbevolking hier woont, wordt de regio van steeds groter geostrategisch belang. Twee derde van de wereldwijde containerhandel loopt via de Indo-Pacifische regio; de scheepvaartroutes in deze regio zijn van groot belang voor de handel en de energievoorziening. In september 2021 is de EU-strategie voor samenwerking in de Indo-Pacifische regio vastgesteld om de betrokkenheid van de EU te vergroten en partnerschappen op te bouwen om mondiale uitdagingen aan te pakken. De EU is bezig de bestaande instrumenten aan te passen om strategische autonomie te bereiken. Het strategisch kompas voor veiligheid en defensie, dat in maart 2022 formeel door de Raad is goedgekeurd, bevordert een open en op regels gebaseerde regionale veiligheidsarchitectuur, met inbegrip van veilige maritieme routes, capaciteitsopbouw en een versterkte maritieme aanwezigheid in de Indo-Pacifische regio.
De EU-strategie omvat in Zuidoost-Azië de volgende prioritaire gebieden: duurzame en inclusieve welvaart, de groene transitie, oceaangovernance, e-governance, connectiviteit via de Global Gateway, veiligheid, defensie en de menselijke veiligheid.
De EU haalt de banden met Zuidoost-Aziatische landen aan en is voorstander van meer regionale integratie via de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (Asean), die samen de op twee na grootste handelspartner van de EU buiten Europa vormen (na China en de VS). De regio kent een aantal geostrategische problemen, zoals het geschil over de Zuid-Chinese Zee en de kwestie Taiwan. Ook zijn er milieuproblemen, met name in de subregio van de Mekong. De EU is in Zuidoost-Azië een sterke economische speler en belangrijke donor van ontwikkelingshulp, en richt zich op het stimuleren van connectiviteit, digitalisering, institutionele opbouw, democratie, goed bestuur en mensenrechten.

Deze infopagina bevat een omschrijving van de regio Zuidoost-Azië. Zie ook de infopagina’s over Zuid-Azië (5.6.7) en Oost-Azië (5.6.8).

Rechtsgrond

  • Titel V (extern optreden van de Unie) van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
  • de artikelen 206 en 207 (handel) en 216 t/m 219 (internationale overeenkomsten) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  • partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten (bilaterale betrekkingen).

A. Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean)

Tijdens de eerste Asean-top, die in februari 1976 op Bali werd gehouden, kwamen Indonesië, Maleisië, de Filipijnen, Singapore en Thailand bijeen. Brunei, Vietnam, Laos, Cambodja en Myanmar traden later toe. De Asean hanteert een strikt beleid van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van haar leden.

De Asean en de EU hebben nauwe banden opgebouwd, vooral wat handels- en economische betrekkingen betreft. Ze zijn momenteel strategische partners. De EU is de op twee na grootste handelspartner van de Asean en is goed voor ongeveer 10,2 % van de handel van de Asean-staten. De Asean is de op twee na grootste partner van de EU buiten Europa (na de VS en China). Het uiteindelijke doel blijft het sluiten van een interregionaal vrijhandelsakkoord tussen de EU en de Asean.

Tijdens de 24e ministeriële bijeenkomst EU-Asean in februari 2024 werd vooruitgang geboekt op het vlak van de handel, waarbij de focus lag op groene initiatieven, de digitale transitie en het opzetten van veilige toeleveringsketens. Tevens werden regionale en mondiale veiligheidsontwikkelingen geëvalueerd en werd de stand van zaken aangaande het Global Gateway-initiatief besproken, waarbij de EU-strategie inzake het verbinden van Europa en Azië en het masterplan inzake connectiviteit van de Asean 2025 ruim aan bod kwamen. In mei 2024 lanceerden de Asean en de EU het “ASEAN-EU Blue Book 2024-2025”, waarin zij hun strategische partnerschap en nieuwe samenwerkingsprogramma’s in het kader van de Global Gateway-strategie van de EU belichten. De EU heeft 10 miljard EUR toegezegd om groene en connectiviteitsinitiatieven in de Asean te ondersteunen.

In mei 2024 vond in Jakarta de 31e vergadering van het gemengd samenwerkingscomité EU-Asean plaats. De Democratische Volksrepubliek Laos (Laos) heeft toen haar prioriteiten voor haar jaar als Asean-voorzitter uiteengezet, in het kader van het thema connectiviteit en weerbaarheid. De EU benadrukte op haar beurt belangrijkste initiatieven in het kader van de Global Gateway en bevestigde opnieuw belang te hechten aan democratie en mensenrechten. Beide partijen hebben zich ertoe verbonden de handel, de digitale economie, groene technologie en connectiviteit te versterken, onder meer via de luchtvervoersovereenkomst tussen de EU en de Asean en initiatieven voor digitale samenwerking. De twee partijen bespraken de vooruitgang met betrekking tot het strategisch partnerschap tussen de EU en de Asean en verwelkomden het actieplan ter uitvoering van het strategisch partnerschap Asean-EU (2023-2027).

Het werkprogramma voor handel en investeringen van de EU en de Asean voor 2024-2025 biedt een kader om de economische samenwerking te sturen en kwesties als de veerkracht van de toeleveringsketen, digitale handel en groene technologieën aan te pakken.

Het Regional Comprehensive Economic Partnership (RCEP), dat in november 2020 werd ondertekend en sinds januari 2022 van kracht is, is het grootste vrijhandelsakkoord ter wereld en beslaat meer dan de helft van de wereldwijde uitvoer en bijna een derde van het mondiale bbp. Het omvat tien Asean-landen en vijf andere partners in Azië en de Stille Oceaan en heeft tot doel de douanerechten op ongeveer 90 % van de goederen af te schaffen. Wel kan volledige verlaging tot twintig jaar tijd in beslag nemen. Gevoelige sectoren zoals de landbouw blijven hiervan grotendeels vrijgesteld. De overeenkomst zorgt ervoor dat het makkelijker wordt om handel te drijven, door gemeenschappelijke oorsprongsregels, de afschaffing van uitvoerquota en gestroomlijnde douaneprocedures. Dat komt belangrijke industrieën ten goede.

In het kader van het strategisch partnerschap tussen de EU en de Asean wil de EU de parlementaire dimensie van de betrekkingen blijven bevorderen, bijvoorbeeld door op een meer structurele basis het contact te onderhouden en in te zetten op een gezamenlijke parlementaire vergadering tussen het Europees Parlement en de interparlementaire assemblee van de Asean (AIPA), ter bevordering van de democratische aansprakelijkheid en om een forum te hebben voor multilateraal overleg over mondiale problemen.

Maleisië bekleedt het AIPA-voorzitterschap en levert de Asean-voorzitter voor 2025, en heeft zes kernprioriteiten: zorg en medeleven, respect, innovatie, welvaart en vertrouwen. De Asean-top is gepland voor november 2025, waar het vooruitzicht op lidmaatschap van Oost-Timor opnieuw ter sprake zal worden gebracht. De 46e algemene vergadering van de AIPA van de Asean zal naar verwachting in september 2025 in Maleisië plaatsvinden. De vierde vergadering in het kader van de interregionale dialoog tussen het Parlement en de AIPA staat dan op de agenda.

B. Ontmoeting Azië-Europa (ASEM) en het parlementair samenwerkingsverband Azië-Europa (ASEP)

ASEM heeft tot doel de economische samenwerking, de politieke dialoog en de interpersoonlijke contacten tussen de EU en Azië te versterken. ASEM, waar 53 partners uit heel Europa en Azië samenkomen, is het belangrijkste multilaterale platform dat Europa en Azië verbindt. De ASEM-partners vertegenwoordigen samen ongeveer 65 % van het mondiale bbp, 60 % van de wereldbevolking, 75 % van het wereldwijde toerisme en 68 % van de wereldhandel. De partners benadrukken dat er daadkrachtig en snel moet worden opgetreden met betrekking tot klimaatverandering, veiligheidssamenwerking, handel en mensenrechten.

In november 2021 was Cambodja gastheer van de 13e ASEM-top (ASEM13) en de 11e bijeenkomst van het ASEP (ASEP11). ASEM13 had tot doel het multilateralisme te versterken met het oog op het delen van groei, waarbij de nadruk lag op het aanpakken van mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering, duurzame ontwikkeling en terrorisme, en op het verbeteren van het multilaterale handelssysteem.

De ASEP-bijeenkomst is onderdeel van het algemene partnerschapsproces Azië-Europa en blijft dienen als forum voor interparlementaire contacten, uitwisselingen en diplomatie. ASEP versterkt de parlementaire dimensie van de politieke dialoog tussen Azië en Europa en heeft tot doel de betrekkingen tussen Europa en Azië te versterken.

C. Indonesië

Als lid van de G20, de op twee na grootste democratie en het grootste land met een islamitische meerderheid ter wereld, wordt Indonesië een steeds belangrijker partner voor de EU. De samenwerking tussen de EU en Indonesië is gebaseerd op de in 2014 ondertekende partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO). In september 2023 vond een vergadering van het Gemengd Comité EU-Indonesië plaats, waar bilaterale samenwerking, met inbegrip van de bestaande werkgroepen en dialogen tussen de EU en Indonesië, en mogelijke gezamenlijke activiteiten om het partnerschap tussen de EU en Indonesië te laten bijdragen tot vrede, stabiliteit en welvaart in de regio en wereldwijd werden aangemoedigd.

In september 2024 hielden de EU en Indonesië in Semarang hun achtste veiligheidsdialoog. Tijdens de dialoog bespraken ze mondiale en regionale veiligheidskwesties, waaronder de Russische invasie van Oekraïne en recente ontwikkelingen in Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten. Verder beoordeelden beide partijen hun lopende samenwerking en zegden ze toe intensiever te gaan samenwerken op belangrijke gebieden zoals terrorismebestrijding, maritieme veiligheid, cyberbeveiliging, vredeshandhaving en wapenbeheersing.

In september 2024 verscheen de publicatie “EU-Indonesia Cooperation 2024-2025” (Samenwerking EU-Indonesië 2024-2025), ter referentie voor actoren en belanghebbenden op ontwikkelingsgebied. In de publicatie wordt de nadruk gelegd op het langetermijnpartnerschap tussen Indonesië en de EU, alsmede innovatieve programma’s en initiatieven in het kader van de Global Gateway-strategie van de EU, waarmee wordt beoogd mondiale uitdagingen aan te pakken, zoals op het gebied van de klimaatverandering, gezondheid, het concurrentievermogen en de veiligheid van mondiale toeleveringsketens.

De EU heeft 20 miljoen EUR aan subsidies aan Indonesië toegewezen via het meerjarig indicatief programma 2021-2027. Daarnaast heeft Indonesië profijt van regionale en thematische EU-programma’s, zoals “Versterking van de veiligheidssamenwerking in en met Azië” en “Kritieke zeeroutes in de Indische Oceaan”. Voorts wordt het project “Climate Resilient and Inclusive Cities” (Klimaatbestendige en inclusieve steden) genoemd als een van de belangrijkste samenwerkingsprojecten van de EU in Indonesië op het gebied van het milieu en de klimaatverandering.

De EU en Indonesië zetten zich in om vaart te zetten achter de lopende onderhandelingen over een brede economische partnerschapsovereenkomst tussen Indonesië en de EU. De EU en Indonesië streven ernaar om het uiterlijk in juni 2025 eens te worden over een handelsovereenkomst, waar 19 onderhandelingsronden over zijn gehouden – de laatste dateert van juli 2024. De Indonesische economie is sterk afhankelijk van de landbouw en natuurlijke hulpbronnen zoals palmolie en nikkel. Dat heeft problemen opgeleverd, met name als gevolg van het klimaatbeleid van de EU. Het land kampt met ernstige milieuproblemen, zoals ontbossing als gevolg van de productie van palmolie, vervuiling door mijnbouw en overbevissing. Deze vormen een bedreiging voor de biodiversiteit, de klimaatstabiliteit en het welzijn van lokale gemeenschappen.

In 2023 bedroeg de bilaterale handel tussen de EU en Indonesië in totaal 29,7 miljard EUR, waarbij de EU 11,3 miljard EUR heeft uitgevoerd en 18,3 miljard EUR heeft ingevoerd. De EU is de op vier na grootste handelspartner van Indonesië, terwijl Indonesië onder de handelspartners van de EU de 33e plek inneemt en de op vier na grootste handelspartner van de Asean is.

Het handels- en investeringspartnerschap omvat initiatieven ter ondersteuning van strategische planning, zoals de handelsondersteuningsfaciliteit ARISE+ Indonesia, die van cruciaal belang is voor de ontwikkeling van investeringsplannen die zijn afgestemd op de veranderende behoeften van Indonesië. De EU verleent technische bijstand die gericht is op duurzaamheid en digitalisering.

In juni 2021 publiceerde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een document over het geschil tussen de EU en Indonesië inzake biobrandstoffen op basis van palmolie. Indonesië had in december 2019 bij de WTO een rechtszaak aangespannen tegen de EU over bepaalde maatregelen met betrekking tot palmolie en biobrandstoffen op basis van palmolie, met als argument dat de beperkingen van de EU op biobrandstoffen op basis van palmolie oneerlijk en discriminerend waren, waarbij het de WTO om overleg voor geschillenbeslechting verzocht. In januari 2025 bevestigde de WTO dat de EU milieumaatregelen kan nemen via de richtlijn hernieuwbare energie (RED II). Wel wees ze erop dat sommige aspecten van de toepassing van de richtlijn niet volledig in overeenstemming waren met de WTO-voorschriften. Indonesië betwistte het beleid van de EU en stelde dat het zich op oneerlijke wijze richtte op palmolie. De EU is bezig met de voorbereidingen om de omstreden gedelegeerde RED II-handeling te herzien, met als doel deze in overeenstemming te brengen met de WTO-normen. Daarnaast zijn onder meer de ontbossingsverordening van de EU en de ontginning van nikkel in Indonesië het onderwerp van lopende WTO-geschillen.

Indonesië was in 2022 voorzitter van de G20. Het feit dat de G20-landen verdeeld zijn over de vraag of Rusland recht heeft op een plaats aan de G20-tafel, eiste veel aandacht op. Rusland was uitgenodigd voor de top in Bali in november 2022, evenals Oekraïne. President Poetin was echter niet aanwezig en president Zelensky nam deel via een videoverbinding. Indonesië heeft echter geprobeerd de kritiek van de G7-leiders op Rusland te beperken. Voor Indonesië was de G20 in de eerste plaats een economisch forum, waarbij andere specifieke kwesties werden vermeden.

In 2023 was Indonesië voorzitter van de Asean en de AIPA. De 42e Asean-top vond in mei 2023 plaats in Labuan Bajo. Er werden besprekingen gehouden over de visie voor de periode na 2025, lidmaatschap van Oost-Timor, de crisis in Myanmar, mensenhandel, migrerende werknemers, de visserij, de gezondheidszorg, elektrische voertuigen en grensoverschrijdende betalingen. In augustus 2023 organiseerde Indonesië de algemene vergadering van de AIPA van de Asean in Jakarta. Daarbij was de Delegatie voor de betrekkingen met de Zuidoost-Aziatische landen en de Asean als waarnemer aanwezig. In Indonesië werden in maart 2024 verkiezingen gehouden. De kandidaat voor het presidentschap, Prabowo Subianto, won de meeste stemmen, namelijk 58 %. In oktober 2024 vonden de installatie van het nieuw verkozen parlement van Indonesië en de inauguratie van zijn nieuwe president plaats.

In januari 2025 werd Indonesië volwaardig lid van BRICS. Dit lidmaatschap kan worden gezien als een herbevestiging van het beginsel voor het buitenlands beleid van het land, namelijk inclusiviteit en openheid voor alle partijen.

In oktober 2019 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over het voorgestelde nieuwe strafwetboek van Indonesië, waarin het zijn bezorgdheid uitsprak over de bepalingen inzake godslastering en overspel, en dat het nieuwe wetboek zou worden gebruikt tegen minderheden en discriminatie op grond van geslacht, religie en seksuele oriëntatie mogelijk zou maken.

D. Myanmar/Birma

De EU is een actieve partner geweest bij de overgang van Myanmar naar democratie en heeft een voortrekkersrol gespeeld in het kader van de inspanningen van de internationale gemeenschap sinds Myanmar in 2015 begon de democratie en de betrekkingen met de rest van de wereld te herstellen. Als gevolg van tientallen jaren van internationaal isolement en sancties is er echter geen formele kaderovereenkomst.

In de grondwet van Myanmar van 2008 is aanzienlijke macht toegekend aan het leger, waaronder 25 % van de zetels in het parlement en het gezag over belangrijke veiligheidsministeries. Het land is nog steeds verwikkeld in een burgeroorlog die in 1948 begon. In 2015 kwam er een staakt-het-vuren, dat echter niet door alle opstandige groeperingen is ondertekend. Aung San Suu Kyi werd de leider van het land nadat haar partij, de Nationale Liga voor Democratie (NLD), de verkiezingen van 2020 had gewonnen. In februari 2021 pleegde het leger echter een staatsgreep en werden Aung San Suu Kyi en andere NLD-leiders gearresteerd wegens vermeende verkiezingsfraude. Generaal Min Aung Hlaing leidde de militaire junta, met protesten en gewelddadige confrontaties tot gevolg. In april 2024 werd Aung San Suu Kyi overgebracht van de gevangenis naar haar huis, waar zij onder huisarrest staat.

De controle van de militaire junta over het land is aanzienlijk verzwakt. Aan het einde van 2024 hadden etnische gewapende organisaties en verzetsgroepen de controle verworven over 40 % van het grondgebied van Myanmar, met name in de grensregio’s. De Staatsbestuursraad blijft aandringen op verkiezingen als een stap in de richting van een politieke transitie en het leger heeft aangekondigd dat er in december 2025 of januari 2026 verkiezingen zullen plaatsvinden – de eerste sinds de junta in 2021 de macht greep.

Myanmar kampt momenteel met escalerende spanningen tussen verschillende gemeenschappen toe en met een aanhoudend conflict tussen het leger en etnische opstandige groeperingen. Er heerst nog steeds verdeeldheid tussen etnische gewapende organisaties, zoals de volksverdedigingskrachten en andere groeperingen. Het leger heeft de controle over grote gebieden verloren, en de troepen raken verzwakt doordat er op grote schaal wordt gedeserteerd. Ook de humanitaire omstandigheden zijn verslechterd, aangezien er 2,6 miljoen mensen ontheemd zijn en een derde van de bevolking hulpbehoevend is. De EU heeft er bij alle gewapende groeperingen op aangedrongen humanitaire toegang te verlenen en heeft gewaarschuwd voor het risico van regionale instabiliteit. Ze staat achter de Asean en de VN als het erom gaat een inclusieve dialoog te bevorderen, verwerpt onwettige verkiezingen en pleit voor een wereldwijd wapenembargo.

In maart 2025 werd Myanmar getroffen door een ondiepe aardbeving met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter, waarbij duizenden mensen om het leven kwamen. De noodhulpdiensten waren ontoereikend en er was een ernstig tekort aan medische benodigdheden en tenten. Het leger verklaarde bereid te zijn humanitaire hulp toegang tot Myanmar te verlenen, maar de hulpverlening werd belemmerd door vertragingen bij de afgifte van visa en een gebrek aan veiligheid voor hulpverleners en konvooien. De EU heeft 2,5 miljoen EUR aan noodhulp toegezegd en heeft haar Copernicus-satellietdienst geactiveerd om de schade te beoordelen, waardoor de totale humanitaire bijstand van de EU aan Myanmar in 2025 meer dan 35 miljoen EUR bedraagt.

De EU heeft, samen met andere internationale actoren, talrijke verklaringen over Myanmar afgelegd en sancties opgelegd aan de junta en entiteiten die eigendom zijn van het leger. In februari 2021 heeft de Raad conclusies aangenomen waarin de militaire staatsgreep werd veroordeeld en werd opgeroepen tot het beëindigen van de noodtoestand, het herstel van de legitieme regering en de onmiddellijke vrijlating van degenen die in verband met de staatsgreep zijn vastgehouden of gearresteerd. In april 2021 legde de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) een verklaring af over de vijfpuntenconsensus die tijdens de bijeenkomst van de Asean-leiders in Indonesië werd bereikt en waarin steun werd uitgesproken voor de speciale gezant van de Asean. Myanmar bracht echter een persbericht uit waarin het verzoek van de speciale gezant van de Asean om Aung San Suu Kyi te ontmoeten, werd afgewezen. In maart, april en juni 2021 heeft de Raad sancties opgelegd aan de personen die verantwoordelijk waren voor de militaire staatsgreep en de sancties uitgebreid tot door het leger gecontroleerde ondernemingen en entiteiten. In juli 2023 legde de EU haar zevende reeks sancties op aan personen en bedrijven die banden hebben met de militaire junta van Myanmar.

Myanmar behoort tot de minst ontwikkelde landen en profiteert daarom in het kader van het stelsel van algemene preferenties (SAP) van de regeling “alles behalve wapens” (EBA). Ondanks de militaire staatsgreep heeft de Commissie tot dusver geaarzeld om handelsbeperkingen in te voeren, wegens de gevolgen voor de bevolking van Myanmar en de beperkte impact op het leger. In 2024 heeft de Commissie meer dan 19 miljoen EUR aan humanitaire hulp toegewezen om tegemoet te komen aan de meest dringende behoeften van de bevolking, aangezien het conflict in de meeste delen van Myanmar aanhoudt. Het indicatieve meerjarenprogramma 2021-2027 van de EU is gebaseerd op specifieke prioriteiten voor Myanmar: goed bestuur, de rechtsstaat, duurzame groei, bijstand aan ontheemden, de Green Deal en de digitale agenda. In het rapport “Freedom in the World 2024” van Freedom House werd Myanmar als “niet vrij” aangemerkt, met een algehele vrijheidsscore van acht op een schaal van honderd. Er spelen in het land ernstige mensenrechtenkwesties, zoals de vervolging van de Rohingya in de staat Rakhine. Sinds augustus 2017 zijn meer dan 800 000 Rohingya naar Bangladesh gevlucht om aan vervolging in Myanmar te ontkomen. In augustus 2019 weigerden duizenden vluchtelingen, uit angst voor hun veiligheid, de door Bangladesh, Myanmar en de VN geïnitieerde poging tot repatriëring.

Het Parlement heeft de mensenrechtenschendingen ten aanzien van de Rohingya veroordeeld in zijn resolutie van september 2019. In februari 2021 heeft het Parlement een resolutie aangenomen waarin de militaire machtsovername en de schendingen van de mensenrechten krachtig worden veroordeeld en waarin de junta wordt opgeroepen de burgerregering weer in te stellen en alle personen die worden vastgehouden onmiddellijk vrij te laten.

In oktober 2021 heeft het Parlement een resolutie aangenomen waarin de schendingen van de mensenrechten, de aanhoudende discriminatie van etnische minderheden en het gebruik van geweld door de junta tegen burgers, alsook de militaire aanval op medisch personeel en medische faciliteiten werden veroordeeld. In maart 2022 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over Myanmar, waarin het zijn standpunt ten aanzien van het land heeft bekrachtigd. In mei 2023 nam het Parlement een resolutie aan over Myanmar, met name over de ontbinding van democratische politieke partijen, waarin werd opgeroepen dit onmiddellijk terug te draaien en alle politieke gevangenen vrij te laten.

E. Filipijnen

De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en de Filipijnen werd in 2011 ondertekend en trad in maart 2018 in werking. Het eerste Gemengd Comité is in januari 2020 in Brussel bijeengekomen. Tijdens deze bijeenkomst werden gespecialiseerde subcommissies opgericht met als doel de bilaterale betrekkingen naar een hoger niveau te tillen. Verder hebben de Filipijnen met ingang van augustus 2021 de rol van Asean-coördinator voor de dialoog met de EU op zich genomen (tot 2024). Het jaar 2024 betekende ook het bestaan van zestig jaar diplomatieke betrekkingen tussen de EU en de Filipijnen.

In december 2024 vond in Manilla de vierde bijeenkomst plaats van het Gemengd Comité EU-Filipijnen, ter evaluatie van de lopende bilaterale, regionale en multilaterale samenwerking in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en de Filipijnen en van regionale veiligheidskwesties, waaronder het territoriale geschil in de Zuid-Chinese Zee.

In november 2024 hielden de Filipijnen en de EU de vierde bijeenkomst van het subcomité ontwikkelingssamenwerking in Manilla om de belangrijkste lopende samenwerkingsprogramma’s te evalueren, waarbij de nadruk lag op het vredesproces van Mindanao, goed bestuur en de groene en digitale economie. In augustus 2024 gaf de EU het startsein voor het partnerschapsprogramma voor de groene economie voor de Filipijnen in het kader van het Global Gateway-initiatief, dat bedoeld is om het afvalbeheer te verbeteren, een circulaire economie te ondersteunen, hernieuwbare energie uit te breiden en de energie-efficiëntie in het land te verbeteren.

In 2023 was de EU de op drie na grootste handelspartner van de Filipijnen. Op zijn beurt nam de Filipijnen de zesde plek in onder de handelspartners van de EU binnen de Asean. De handel tussen de twee bedroeg toen 16,2 miljard EUR – meer dan vóór de pandemie – en de Filipijnen hield er een handelsoverschot van 1,45 miljard EUR op na. De EU blijft flink investeren in het land, met buitenlandse directe investeringen van in totaal 14 miljard EUR in 2022, waarmee ze tot de drie grootste buitenlandse investeerders van de Filipijnen behoort.

In december 2015 begonnen de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen de EU en de Filipijnen. In maart 2024 kwamen de EU en de Filipijnen overeen de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord te hervatten, waarbij handelsaspecten van overheidsopdrachten, intellectuele eigendom, mededinging en duurzaamheid centraal stonden. In mei 2016 won Rodrigo Duterte de presidentsverkiezingen en nam hij controversiële maatregelen tegen de drugshandel: zijn oproep om drugshandelaars dood te schieten, heeft geleid tot schendingen van de mensenrechten. Ondanks verdeeldheid over de kwestie omtrent de Zuid-Chinese Zee (de Filipijnen is een van de Asean-staten die delen van deze zee claimen) heeft Duterte de koers van het buitenlands beleid van de Filipijnen gewijzigd door een nieuwe alliantie aan te gaan met China en Rusland. In mei 2022 vonden presidentsverkiezingen plaats, waarbij Ferdinand “Bongbong” Marcos werd verkozen tot president en Sara Duterte, dochter van de aftredende leider, werd verkozen tot vicepresident. In tegenstelling tot zijn voorganger wil Marcos evenwichtigere diplomatie tussen Peking en Washington nastreven.

In maart 2025 werd oud-president Rodrigo Duterte overgedragen aan het Internationaal Strafhof nadat hij was gearresteerd op beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid in verband met de buitengerechtelijke executies tijdens de “oorlog tegen drugs” van 2011 tot 2019. Na de arrestatie braken er protesten uit die door de aanhangers van Duterte op touw waren gezet, met beschuldigingen van schendingen van de soevereiniteit en van verraad door president Marcos.

Op verzoek van de Filipijnse regering heeft de EU in mei 2025 een verkiezingswaarnemingsmissie gestuurd om toezicht te houden op de tussentijdse verkiezingen in het land. De verkiezingen worden gezien als een wedstrijd tussen de families Duterte en Marcos, na het uiteenvallen van hun politieke partnerschap.

In februari 2022 heeft het Parlement een resolutie aangenomen waarin het de duizenden buitengerechtelijke executies en andere ernstige schendingen van de mensenrechten in verband met president Rodrigo Dutertes “oorlog tegen drugs” krachtig veroordeelt. In februari 2022 riepen ook de Asean-parlementsleden voor de mensenrechten op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de Filipijnse senator Leila de Lima, een van de felste critici van voormalig president Duterte.

F. Vietnam

De betrekkingen tussen de EU en Vietnam zijn gebaseerd op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst die in 2016 is gesloten.

De EU en Vietnam ondertekenden in juni 2019 een vrijhandelsakkoord en een investeringsbeschermingsovereenkomst. In februari 2020 heeft het Parlement zijn goedkeuring gehecht aan beide overeenkomsten, en in augustus 2020 is het vrijhandelsakkoord in werking getreden. Het vrijhandelsakkoord houdt in dat 65 % van alle invoerrechten op EU-goederen die naar Vietnam worden geëxporteerd, met onmiddellijke ingang wordt opgeheven. Van de invoerrechten op goederen die uit Vietnam naar de EU worden geïmporteerd, wordt 71 % opgeheven. De Commissie internationale handel van het Parlement houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van het vrijhandelsakkoord. Sinds de ratificatie van het vrijhandelsakkoord en december 2024 is de bilaterale handel tussen de EU en Vietnam met 36 % toegenomen. De EU heeft haar positie als een van de grootste handelspartners en investeerders van Vietnam versterkt, terwijl Vietnam de belangrijkste handelspartner van de EU in Zuidoost-Azië is geworden.

In 2023 was Vietnam de op 16 na grootste handelspartner van de EU op het gebied van goederen en was het de belangrijkste handelspartner van de EU in de Asean. De totale handelswaarde tussen de twee regio’s bedroeg 64,2 miljard EUR. De EU is een van de grootste buitenlandse investeerders in Vietnam, met name in de industriële verwerkings- en productiesector.

In oktober 2019 hebben de EU en Vietnam een deelnamekaderovereenkomst gesloten om een wettelijke basis vast te stellen voor de deelname van Vietnam aan crisisbeheersingsoperaties van de EU. In het indicatieve meerjarenprogramma 2021-2027 van de EU voor Vietnam komen cruciale kwesties en belangrijke aandachtsgebieden voor het land aan bod. In oktober 2024 hielden Vietnam en de EU de vijfde bijeenkomst van het Gemengd Comité in Hanoi, waarbij zij wezen op hun steeds sterkere bilaterale banden in het kader van de PSO, en overeenkwamen de samenwerking op het gebied van de energietransitie, connectiviteit, digitale transformatie en onderwijs te verdiepen. Wat klimaatverandering en duurzame ontwikkeling betreft, steunt de EU de toezegging van Vietnam om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken via het partnerschap voor een rechtvaardige energietransitie.

Vietnam is een van de meest geslaagde voorbeelden van een land dat van een slecht functionerend communistisch economisch stelsel is overgegaan naar een open, marktgerichte economie. Het is een van de snelst groeiende landen in de Asean. De algehele mensenrechtensituatie in Vietnam verslechtert. Zo wordt er vaker hardhandig opgetreden tegen afwijkende meningen en het aantal arrestaties voor “staatsvijandige” activiteiten neemt toe. Vietnam is een communistische eenpartijstaat zonder politieke vrijheid. In mei 2021 heeft het land parlementsverkiezingen gehouden voor de 15e Nationale Vergadering en de lokale volksraden. De Vietnamese Communistische Partij (VCP) heeft de verkiezingen gewonnen en houdt de volledige controle over de media en het verkiezingsproces. Er is geen onafhankelijke instantie die toezicht houdt op de stembusgang. In 2024 nam Vietnam de 174e plaats in van de 180 landen op de Wereldindex voor persvrijheid. Volgens de Corruption Perceptions Index van 2024 stond Vietnam op plaats 88 van de 180 landen in de index. Ondanks de anticorruptiecampagne werden kritische geluiden voortdurend gesmoord. In januari 2021 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over Vietnam, waarin werd opgeroepen tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle mensenrechtenverdedigers en journalisten.

G. Thailand

De onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de EU en Thailand werden in maart 2013 afgerond, maar het proces werd na de militaire staatsgreep van 2014 opgeschort. In 2022 werd in Brussel de PSO tussen de EU en Thailand ondertekend, met als doel de politieke dialoog en samenwerking op een reeks beleidsterreinen te versterken, zoals milieu, energie, connectiviteit, klimaatverandering, vervoer, wetenschap en technologie, handel, werkgelegenheid, sociale zaken, mensenrechten, onderwijs, landbouw, non-proliferatie, terrorismebestrijding, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, alsook migratie en cultuur. De PSO is in augustus 2024 door het Thaise parlement goedgekeurd en zal naar verwachting de handel en investeringen een impuls geven, met name door vaart te maken met de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen Thailand en de EU.

Via de samenwerkingsfaciliteit EU-Thailand voor 2021-2027 zullen de inspanningen van Thailand op het gebied van duurzame ontwikkeling, milieu- en klimaatactie, handel, onderwijs, onderzoek en innovatie worden ondersteund. Dit is in overeenstemming met de EU-strategie voor samenwerking in de Indo-Pacifische regio en de Global Gateway-strategie, waarbij de nadruk ligt op de bereidheid van de EU tot betrokkenheid in de regio.

In 2023 bedroeg de totale waarde van de handel in goederen tussen de EU en Thailand 40,2 miljard EUR. De EU is de op drie na grootste handelspartner van Thailand, goed voor 7,1 % van zijn totale handel, terwijl Thailand de op 27 na grootste handelspartner van de EU is, met een bilateraal overschot op de handelsbalans van 10 miljard EUR. Thailand is met 29,2 miljard EUR aan totale uitgaande buitenlandse directe investeringen een belangrijke hub voor Europese investeringen binnen de Asean. De EU is de op twee na grootste investeerder in Thailand, net na Japan en China.

In maart 2023 kwamen de EU en Thailand overeen de onderhandelingen over een ambitieus, modern en evenwichtig vrijhandelsakkoord te hervatten, waarbij duurzaamheid centraal stond. In november 2024 vond de vierde onderhandelingsronde voor een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Thailand plaats, waarbij vooruitgang werd geboekt op het gebied van goede regelgevingspraktijken, transparantie, technische handelsbelemmeringen, de douane, staatsbedrijven en duurzame ontwikkeling. De onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Thailand bevinden zich momenteel in de fase waarin verbintenissen inzake markttoegang worden besproken. Het is de bedoeling de onderhandelingen aan het einde van 2025 af te ronden.

Sinds 2014 heeft het leger de oppositie onderdrukt door de krijgswet op te leggen, en er is melding gemaakt van mensenrechtenschendingen. De promilitaire partij won de verkiezingen van 2019, hoewel er klachten zijn geuit over manipulatie van de verkiezingen. Hoewel de junta officieel sinds juli 2019 niet meer aan de macht is, heeft het leger nog steeds invloed op de regering. Bij protesten tegen de militaire regering werden onder meer hervormingen van de Thaise monarchie geëist. De eerste golf van protesten brak in februari 2020 uit naar aanleiding van het besluit van het Thaise grondwettelijk hof om de Future Forward-partij te ontbinden, een oppositiepartij die populair is onder jongeren.

In mei 2023 vonden in Thailand algemene verkiezingen plaats. De hervormingsgezinde Move Forward-partij won de meeste zetels, maar werd na onderhandelingen uitgesloten van regeringsdeelname. Veel conservatieve parlementsleden hebben verhinderd dat de toenmalige partijleider, Pita Limjaroenrat, premier werd. Srettha Thavisin van de Pheu Thai-partij werd de nieuwe premier aan het hoofd van een regeringscoalitie met door het leger gesteunde partijen, de vroegere tegenstanders van Pheu Thai. Na het ontslag van Srettha Thavisin door het grondwettelijke hof in augustus 2024 werd de dochter van oud-premier Thaksin Shinawatra, Paetongtarn Shinawatra (Pheu Thai), de nieuwe premier. In maart 2025 overleefde premier Shinawatra een motie van wantrouwen in het parlement, waarbij ze steun kreeg van 319 van de 488 parlementsleden. Door dit resultaat is haar coalitie van elf partijen stabieler geworden, en is de kans op politieke onrust in Thailand in de nabije toekomst kleiner geworden. In januari 2020 is Thailand in Kuala Lumpur officieel een vredesproces aangegaan met opstandelingengroepen in de zuidelijke provincies met een islamitische meerderheid. Maleisië fungeerde als bemiddelaar bij de onderhandelingen. Ondanks de afkondiging van een staakt-het-vuren in april 2020 waren er in 2021 en 2022 enkele bomaanslagen.

Het Parlement heeft met betrekking tot Thailand verschillende resoluties over mensenrechten, migrerende werknemers en arbeidsrechten aangenomen. In september 2021 heeft het Thaise parlement zijn initiële goedkeuring gehecht aan een wet inzake preventie en bestrijding van foltering en gedwongen verdwijning,nadat de invoering van de wet, na de ondertekening door Thailand in 2007 van het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, 14 jaar lang was tegengehouden.

Het Parlement heeft in juni 2023 een resolutie aangenomen over de PSO tussen de EU en Thailand, waarin het zijn goedkeuring aan de PSO heeft gehecht. Daarin drong het Parlement ook aan op een visumvrije regeling.

In maart 2025 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over democratie en mensenrechten in Thailand, met name de wet op majesteitsschennis en de deportatie van Oeigoerse vluchtelingen naar China. Het Parlement heeft daarin de Commissie verzocht de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord aan te grijpen om druk uit te oefenen op Thailand om de repressieve wetten te hervormen, de politieke gevangenen vrij te laten, een einde te maken aan de uitzetting van Oeigoerse vluchtelingen en alle kernverdragen van de IAO te ratificeren.

In februari 2025 vond in Bangkok de 13e interparlementaire bijeenkomst EU-Thailand plaats.

H. Cambodja

De betrekkingen tussen de EU en Cambodja begonnen met de samenwerkingsovereenkomst van 1997. In april 2024 vond in Brussel de twaalfde bijeenkomst van het Gemengd Comité Cambodja-EU plaats om de samenwerking op het gebied van duurzaamheid, groei en digitalisering te versterken.

Het indicatieve meerjarenprogramma 2021-2027 van de EU voor Cambodja voorziet in circa 500 miljoen EUR aan steun voor Cambodja om het land te helpen zijn economische ontwikkeling, groene initiatieven en werkgelegenheid een impuls te geven. De EU heeft 155 miljoen EUR uitgetrokken voor de periode 2021-2024 om de integratie van Cambodja in de Asean te versterken.

De Commissie besloot in februari 2020 een deel van de tariefpreferenties in te trekken die in het kader van het EBA-handelsstelsel aan Cambodja waren toegekend, wegens de ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten. Dit had met name gevolgen voor de kleding- en schoenensector, die goed is voor circa een vijfde (ofwel 1 miljard EUR) van de jaarlijkse uitvoer van Cambodja naar de EU. De rechten- en quotavrije toegang van het land tot de Europese markt in het kader van de EBA-regeling werd in augustus 2020 opnieuw van kracht, ondanks ernstige bezorgdheid over de mensenrechten. In 2023 bedroeg de bilaterale handel tussen de EU en Cambodja 3,6 miljard EUR. De EU is de op drie na grootste handelspartner van Cambodja en is goed voor 8 % van de totale handel van het land. Ongeveer 14 % van de Cambodjaanse uitvoer had de EU als bestemming, en slechts 2,9 % van de invoer was afkomstig uit de EU. Door een jarenlange burgeroorlog is Cambodja verarmd. Nadat in 1993 de grondwet werd aangenomen, veranderde het land in een meerpartijendemocratie. In 2018 won de regerende Cambodjaanse Volkspartij (CPP), onder leiding van Hun Sen, echter de verkiezingen, die oneerlijk zouden zijn verlopen. De belangrijkste oppositiepartij, de Cambodjaanse Nationale Reddingspartij (CNRP), werd in 2017 ontbonden. Haar leiders Kem Sokha en Sam Rainsy, werden juridisch vervolgd, waarbij Rainsy in 2021 bij verstek werd veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf.

In juli 2023 vonden in Cambodja algemene verkiezingen plaats voor de Nationale Vergadering. De regerende CPP, die gelieerd is aan de gevestigde autocraat Hun Sen, won 120 van de 125 zetels in de Nationale Vergadering. De enige oppositiepartij van betekenis, de Kaarslichtpartij, werd uitgesloten van de verkiezingsrace. De overwinning van de CPP maakte de weg vrij voor de aankondiging van premier Hun Sen dat hij zou aftreden en de leiding zou overdragen aan zijn zoon Hun Manet, die in augustus 2023 premier werd.

In september 2017 nam het Parlement een resolutie aan waarin de Cambodjaanse regering werd opgeroepen om de politiek gemotiveerde vervolging van Kem Sokha te beëindigen. In september 2018 nam het Parlement een tweede resolutie aan met de oproep alle aanklachten tegen Kem Sokha in te trekken.

Sinds 2017 heeft het Parlement de Cambodjaanse regering er in verschillende resoluties toe opgeroepen de politiek gemotiveerde vervolging van Kem Sokha en Sam Rainsy te staken. In mei 2022 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over het harde optreden tegen de politieke oppositie in Cambodja. In maart 2023 nam het Parlement een resolutie aan over Cambodja en de zaak van oppositieleider Kem Sokha, waarin werd opgeroepen tot zijn onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating, alsook de vrijlating van alle oppositieleden en activisten die zijn veroordeeld of worden vastgehouden op grond van politiek gemotiveerde aanklachten.

In november 2024 nam het Parlement een resolutie aan over de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Cambodja, met name de zaak van de organisatie voor arbeidsrechten CENTRAL.

I. Singapore

De EU en Singapore werken nauw samen op het gebied van handel, wetenschap en technologie. In februari 2019 hebben de EU en Singapore drie overeenkomsten “van de nieuwe generatie” geratificeerd: de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Singapore (PSO), de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore, en de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore. Het vrijhandelsakkoord met Singapore is in november 2019 in werking getreden. Deze overeenkomsten hebben tot doel de politieke, economische en handelsbetrekkingen te bevorderen en de douanerechten aanzienlijk te verlagen. Technische en niet-tarifaire belemmeringen voor de handel in goederen worden in een groot aantal sectoren opgeheven.

In januari 2024 kwamen in het kader van de eerste dialoog tussen de EU en Singapore over de Global Gateway verschillende belanghebbenden samen om te bespreken hoe groene en duurzame investeringen in Zuidoost-Azië kunnen worden bevorderd.

Sinds 2023 was Singapore de op 19 na grootste handelspartner van de EU in goederen, met een handelswaarde van 52,6 miljard EUR. Daarnaast is Singapore een belangrijke bestemming voor Europese investeringen in Azië en is het land de op een na grootste Aziatische investeerder in de EU. In juli 2024 hebben de EU en Singapore onderhandelingen afgerond over een baanbrekende overeenkomst over digitale handel – de eerste overeenkomst in haar soort die de EU ooit heeft gesloten – die gericht is op de vaststelling van mondiale normen voor digitale handel en grensoverschrijdende gegevensstromen. De beide partijen zijn toen overeenkomen projecten te ontwikkelen om het inzicht in de normen voor de digitale economie en de gevolgen daarvan voor de financiële sector te verbeteren.

Bij de algemene verkiezingen in Singapore van 2020 won de regerende People’s Action Party (PAP) 83 van de 93 zetels en behaalde de Workers’ Party een recordaantal van 10 zetels. Premier Lee Hsien Loong was van plan af te treden vóór zijn zeventigste verjaardag in 2022, maar zijn aangewezen opvolger, Heng Swee Keat, trok zich in 2021 terug. Het was Lawrence Wong die later het leiderschap van de PAP overnam en in mei 2024 premier werd.

In september 2023 hield Singapore voor het eerst in twaalf jaar een presidentsverkiezing met meerdere kandidaten en werd Tharman Shanmugaratnam verkozen tot het negende staatshoofd van het land. Het Europees Parlement heeft aangedrongen op de afschaffing van de doodstraf in Singapore en steunt het werk van het maatschappelijk middenveld. In oktober 2021 hechtte het parlement van Singapore zijn goedkeuring aan de Foreign Interference (Countermeasures) Act, met het doel buitenlandse inmenging in de binnenlandse politiek tegen te gaan.

J. Brunei Darussalam

De Sultan van Brunei Darussalam (Brunei), Hassanal Bolkiah, staat sinds 1967 aan het hoofd van het land, maar prins Billah Bolkiah neemt steeds meer taken over. Van enige politieke liberalisering is geen sprake. De Sultan behoudt de functie van premier, samen met de portefeuilles defensie, buitenlandse zaken, financiën en economie. In april 2019 werd een nieuw strafwetboek vastgesteld om een op de sharia gebaseerde benadering te volgen, waarbij nieuwe straffen werden ingesteld, zoals dood door steniging voor mensen die seks hebben met iemand van hetzelfde geslacht en mensen die overspel plegen, en de amputatie van ledematen voor diefstal. Na internationale ophef heeft Brunei een moratorium afgekondigd op de doodstraf. De Sultan kondigde in juni 2022 een voortijdige herschikking van de ministers aan.

Voor het eerst werd een vrouw benoemd tot minister (te weten minister van onderwijs). De EU werkt aan de verbetering van de betrekkingen met Brunei, maar er bestaat geen kaderovereenkomst. Onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Brunei zijn ingezet en betreffen allerlei politieke en economische gebieden. De handel tussen de EU en Brunei bestaat voornamelijk uit machines, motorvoertuigen en chemicaliën.

De betrekkingen tussen de EU en Brunei verlopen voornamelijk via de Asean, waarvan Brunei in 2021 het voorzitterschap op zich nam met als thema “We Care, We Prepare, We Prosper”. In augustus 2021 werd de viceminister van Buitenlandse Zaken van Brunei, Erywan Yusof, benoemd tot speciaal gezant van de Asean voor Myanmar, die zal optreden als bemiddelaar met de junta van Myanmar.

De EU is bezorgd over de bestaande handelsbeperkingen en dringt er bij Brunei op aan de handelsfacilitatie te verbeteren, meer steun te bieden aan kleine en middelgrote ondernemingen en zijn klimaatverbintenissen na te komen. In februari 2023 werd de partnerschapsfaciliteit EU-Brunei Darussalam gelanceerd. In het kader hiervan werd een seminar over klimaatverandering gehouden met als thema “Bouwen aan regionale capaciteit voor klimaatadaptatie en -mitigatie”. In november 2024 erkende de EU de inspanningen van Brunei om zijn economie te diversifiëren, maar merkte ze op dat het land nog steeds afhankelijk is van olie en gas.

In 2022 was er een toename in de spanningen tussen China en de Zuidoost-Aziatische landen die eisers zijn in de territoriale geschillen in de Zuid-Chinese Zee. In juli 2022 heeft Brunei voor het eerst een unilaterale verklaring over de Zuid-Chinese Zee afgelegd, als een van de landen die eisers zijn. In zijn beleid inzake het geschil over de Zuid-Chinese Zee gaat Brunei echter de confrontatie met China uit de weg, uit angst de bilaterale economische banden te beschadigen. In 2025 bevestigden China en Brunei in een gezamenlijke verklaring hun sterke diplomatieke betrekkingen en hun toewijding om hun op strategische samenwerking gebaseerde partnerschap en het “Nieuwe Zijderoute”-initiatief te versterken. Brunei heeft bekrachtigd dat het achter het één-China-beleid staat. In april 2019 heeft het Parlement een resolutie aangenomen waarin het de inwerkingtreding van het sharia-strafwetboek ten stelligste veroordeelde. Het herhaalde ook zijn veroordeling van de doodstraf en onderstreepte dat de bepalingen van het sharia-strafwetboek een schending vormen van de verplichtingen van Brunei op grond van de internationale mensenrechtenwetgeving.

K. Laos

De betrekkingen tussen de EU en Laos zijn gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst van 1997. Laos ligt op schema om tegen 2026 de status van minst ontwikkeld land achter zich te laten, en zijn negende nationaal sociaal-economisch ontwikkelingsplan voor 2021-2025 is in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN, die gericht is op het bevorderen van duurzame, groene en inclusieve groei.

Tijdens een bilaterale ontmoeting in oktober 2024 tussen premier Sonexay Siphandone van Laos en de toenmalige voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, heeft de EU zich ertoe verbonden de sociaal-economische ontwikkeling van Laos te ondersteunen, met name op gebieden als integratie, connectiviteit, handel, investeringen en groene groei. De EU-steun voor Laos is aanzienlijk toegenomen. Zo kreeg het land in het kader van de “Team Europa”-strategie voor Laos voor de periode 2021-2025 via het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI – Europa in de wereld) 550 miljoen EUR toegewezen. De EU draagt aan deze strategie bij met 98 miljoen EUR aan subsidies.

Op het vlak van het partnerschap tussen de EU en Laos werd in maart 2024 aanzienlijke vooruitgang geboekt, dankzij het bezoek van Jutta Urpilainen, de commissaris voor Internationale Partnerschappen, dat tot doel had de samenwerking op het gebied van handel en ontwikkeling op te voeren door het Ticaf-programma in te voeren, een initiatief van 102 miljoen USD ter bevordering van duurzame landbouw, bosbouw en infrastructuur. De EU pleit voor digitaal onderwijs om het voornaamste e-learningplatform van Laos te versterken.

Ondanks economische hervormingen is het land nog altijd arm en afhankelijk van internationale hulp. Als een minst ontwikkeld land profiteert Laos van de “alles behalve wapens”-handelsregeling van de EU. In 2023 bedroeg de handel tussen de EU en Laos 550 miljoen EUR, waardoor de EU na Thailand, China en Vietnam de op drie na grootste handelspartner van Laoswas, en goed was voor 3 % van de totale handel van Laos.

Laos is een eenpartijstaat. Sinds het einde van de burgeroorlog in 1975 is de macht in handen van de Revolutionaire Volkspartij van Laos (Laos People’s Revolutionary Party, LPRP), die het land met ijzeren hand regeert en geen oppositie duldt. In februari 2021 hield Laos parlementsverkiezingen voor zijn negende Nationale Vergadering, die 164 zetels telt, waarvan er 158 naar de regerende LPRP gingen en zes naar onafhankelijke kandidaten. Tijdens de opening van de Nationale Vergadering in maart 2021 werd Thongloun Sisoulith, de secretaris-generaal van de regerende LPRP die eerder sinds april 2016 premier was, verkozen tot president van Laos.

Momenteel spant Laos zich in om de banden met China en de Asean aan te halen, met het doel meer investeringen aan te trekken. De economische hervormingen hebben tot aanhoudende economische groei geleid (ruim 7 % sinds 2014).

Het Parlement hecht bijzonder belang aan de mensenrechtensituatie in het land, waaronder het lot van degenen die door de bouw van enorme dammen in de Mekong-rivier ontheemd zijn geraakt. Begin december 2021 werd in het kader van het “Nieuwe Zijderoute”-initiatief van Peking een nieuwe spoorlijn van 414 kilometer geopend die China met de hoofdstad Vientiane verbindt en die bijna een derde van het jaarlijkse bbp van Laos heeft gekost.

Tijdens de conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève heeft de EU Laos opgeroepen om het probleem van de seksuele uitbuiting van kinderen aan te pakken. In juli 2022 heeft de EU haar bezorgdheid geuit over het gebrek aan vooruitgang bij het aanpakken van langdurige mensenrechtenschendingen in Laos en heeft zij er bij de autoriteiten op aangedrongen te voldoen aan de mensenrechtenverplichtingen van het land in het kader van de Internationale Federatie voor de mensenrechten (FIDH) en de daarbij aangesloten organisatie Lao Movement. De twee organisaties hebben een briefingdocument uitgebracht met een samenvatting van de ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten in Laos. De meest recente mensenrechtendialoog tussen de EU en Laos vond in juli 2024 plaats.

Het Parlement heeft de regering van Laos opnieuw opgeroepen om een einde te maken aan de intimidatie en willekeurige arrestatie en detentie van mensenrechtenverdedigers, onafhankelijke journalisten en sociale activisten, en om de rechten van vrijheid van meningsuiting en vereniging en de rechten van minderheden te eerbiedigen, en herinnerde Laos aan zijn internationale verplichtingen uit hoofde van de mensenrechtenverdragen die het heeft geratificeerd.

L. Maleisië

De EU en Maleisië ondertekenden in december 2022 tijdens de top EU-Asean in Brussel een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), ter afsluiting van een onderhandelingsproces dat in 2015 van start was gegaan. De PSO biedt een overkoepelend kader dat tot doel heeft de bilaterale samenwerking te versterken, met name op het gebied van handel en investeringen, financiën en energie.

De onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Maleisië zijn in april 2012 na zeven ronden op verzoek van Maleisië opgeschort. In maart 2017 hebben de EU en Maleisië de opname van nieuwe bepalingen in het akkoord besproken en bereikten hierover in beginsel overeenstemming. Momenteel wordt onderhandeld over twee overeenkomsten: een vrijhandelsakkoord en een vrijwillige partnerschapsovereenkomst met betrekking tot wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw. In januari 2025 kondigden Maleisië en de EU tijdens een werkbezoek van de Maleisische premier aan Brussel aan de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst te hervatten. De nieuwe gesprekken zijn bedoeld om verschillende aspecten van de handel te bespreken, waaronder duurzaamheidsclausules en het aanbestedingsbeleid.

De opkomende economie van Maleisië biedt de EU aantrekkelijke handelsmogelijkheden. De handel tussen de EU en Maleisië neemt toe en is sinds 2010 met meer dan 50 % gegroeid. De EU is de op drie na grootste handelspartner van Maleisië (na China, Singapore en de VS) en was in 2023 goed voor 9,5 % van de totale handel van het land. In 2023 bedroeg de bilaterale handel in goederen 44,7 miljard EUR. De invoer van EU-goederen uit Maleisië bedroeg in 2023 29,1 miljard EUR en er werd 15,6 miljard EUR aan EU-goederen uitgevoerd. In 2022 bedroeg de handel in diensten rond 11 miljard EUR.

In april 2023 heeft de EU de antidumpingmaatregelen ten aanzien van roestvrijstalen hulpstukken uit China en Taiwan met nog eens vijf jaar verlengd, waarbij de maatregelen werden uitgebreid tot Maleisië, aangezien bedrijven in het land de belangrijkste onderdelen die nodig waren om roestvrijstalen hulpstukken te produceren uit China invoerden.

De EU is van plan het gebruik van palmolie in transportbrandstof geleidelijk af te schaffen in het kader van haar richtlijn hernieuwbare energie, wat aanleiding heeft gegeven tot klachten van Indonesië en Maleisië bij de WTO. In 2021 werd Maleisië toegevoegd aan de fiscale grijze lijst van de EU, wat de handelsbetrekkingen verder bemoeilijkt. Hoewel palmolie een belangrijke kwestie is tijdens de onderhandelingen over het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Maleisië, vertegenwoordigt het product minder dan 5 % van de EU-invoer uit Maleisië. Het wereldwijde tekort aan spijsolie als gevolg van de oorlog in Oekraïne zou het marktaandeel van Maleisië voor palmolie in de EU kunnen vergroten. In maart 2024 behaalde de EU een overwinning in de WTO toen een rechtsprekende formatie een klacht van Maleisië tegen een besluit van de EU dat biodiesel uit palmolie niet langer als hernieuwbare biobrandstof mag worden beschouwd, verwierp.

In juni 2022 heeft de Maleisische regering aangekondigd dat zij de verplichte doodstraf zou afschaffen. Dit is een stap vooruit en een voorbeeld voor de regio. De EU heeft de autoriteiten van het land aangemoedigd concrete stappen te ondernemen om de overeenkomst snel in wetgeving om te zetten. In november 2022 werden in Maleisië algemene verkiezingen gehouden, die werden gewonnen door de coalitie onder leiding van oppositieleider Anwar Ibrahim. Een coalitie met de islamistische partij van het land werd tweede. In januari 2024 werd Sultan Ibrahim beëdigd als nieuwe koning van Maleisië voor een periode van vijf jaar, als onderdeel van het Maleisische systeem van roulerende monarchie. Sultan Ibrahim is de sultan van de staat Johor van Maleisië.

In zijn resoluties heeft het Parlement de toepassing van de doodstraf veroordeeld, alsook de niet-eerbiediging van de rechten van lhbtiqa+-personen, het monddood maken van ontevreden burgers en het gebrek aan vreedzame meningsuiting, waaronder het ontbreken van een openbaar debat.

In juni 2023 nam het Parlement een resolutie aan over de PSO tussen de EU en Maleisië, samen met zijn goedkeuring van de PSO, waarin het verklaarde dat deze een solide rechtskader biedt voor de bevordering van democratie en mensenrechten.

Tot slot levert Maleisië in 2025 de Asean-voorzitter en bekleedt het land het AIPA-voorzitterschap.

 

Jorge Soutullo / Samuel Cantell