Begroting van het Europees Parlement
De jaarlijkse begroting stelt het Parlement in staat om de werkzaamheden van zijn 720 leden te ondersteunen en te werken in 24 verschillende talen.
Hoe wordt de begroting vastgesteld?
De procedure voor het vaststellen van de begroting van het Parlement begint elk jaar normaal gesproken in februari. De secretaris-generaal van het Parlement dient een voorstel in, waarin de prioriteiten en de benodigde financiële middelen voor het daaropvolgende jaar worden uiteengezet. Het Bureau, dat bestaat uit de voorzitter en de 14 ondervoorzitters van het Parlement, stelt op basis van dat voorstel de voorlopige ontwerpraming van de begroting vast en dient deze raming in bij de Begrotingscommissie.
Een van de leden van de Begrotingscommissie wordt aangewezen als rapporteur voor de begroting en heeft tot taak een verslag op te stellen met daarin de prioriteiten van het Parlement en voorstellen over hoeveel geld daaraan moet worden besteed. De Begrotingscommissie stemt eerst over dit verslag, waarna er in de plenaire vergadering over wordt gestemd door alle leden van het Parlement. Dit gebeurt meestal in mei. Vervolgens wordt de raming verwerkt in de ontwerpbegroting van de hele EU voor het daaropvolgende jaar. De EP-leden stellen dan wijzigingen van de begroting voor, en tijdens een plenaire vergadering, uiterlijk in december, wordt de begroting door het Parlement vastgesteld.
Meer informatie