Algemene beginselen van het industriebeleid van de EU

Het industriebeleid van de EU is erop gericht het concurrentievermogen van de Europese industrie te verbeteren, zodat deze de rol van motor voor duurzame groei en werkgelegenheid in Europa kan blijven vervullen. De digitale transitie en de transitie naar een koolstofneutrale economie hebben geleid tot de vaststelling van verschillende strategieën voor het waarborgen van betere kadervoorwaarden voor de EU-industrie. De impact van de COVID-19-pandemie en de oorlog in Oekraïne hebben een nieuwe manier van denken over economisch herstel, wederopbouw en de versterking van de veerkracht gestimuleerd.

Rechtsgrond

Artikel 173 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Doelstellingen

Het industriebeleid is horizontaal van aard en is bedoeld om een kader te scheppen dat bevorderlijk is voor het concurrentievermogen van de industrie. Het is goed geïntegreerd in een aantal andere EU-beleidsdomeinen, zoals die met betrekking tot handel, de interne markt, onderzoek en innovatie, werkgelegenheid, milieubescherming, defensie en volksgezondheid. Overeenkomstig artikel 173 VWEU is het industriebeleid van de EU er in het bijzonder op gericht:

  • de aanpassing van de industrie aan structurele wijzigingen te bespoedigen;
  • een gunstig klimaat voor het ontplooien van initiatieven en voor de ontwikkeling van ondernemingen in de gehele Unie, met name van kleine en middelgrote ondernemingen, te bevorderen;
  • een gunstig klimaat voor de samenwerking tussen ondernemingen te bevorderen;
  • een betere benutting van het industriële potentieel van het beleid inzake innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te stimuleren.

Resultaten

A. Inleiding

De instrumenten van het industriebeleid van de EU zijn gericht op het scheppen van algemene omstandigheden waarin ondernemers en ondernemingen initiatief kunnen nemen en hun ideeën en mogelijkheden kunnen benutten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften en kenmerken van afzonderlijke sectoren. In de jaarverslagen van de Commissie over de eengemaakte markt en het Europese concurrentievermogen worden de sterke en zwakke punten van de economie van de EU in het algemeen en de industrie in het bijzonder geanalyseerd, waaruit bedrijfstakoverschrijdende of bedrijfstakspecifieke beleidsinitiatieven kunnen voortvloeien.

B. Naar een geïntegreerd industriebeleid

In de jaren 1980 en 1990 richtte de EU zich op de totstandbrenging van een eengemaakte markt. Na de start van de economische en monetaire unie in 1992 en de uitbreidingen van de EU in 1995 en 2004 verschoof de aandacht naar industriebeleid. In 2005 publiceerde de Commissie een mededeling over de eerste geïntegreerde aanpak van het industriebeleid van de EU, met inbegrip van een werkprogramma van bedrijfstakoverschrijdende en bedrijfstakspecifieke initiatieven ter versterking van de EU-industrie. In de daaropvolgende jaren waren de belangrijkste acties gericht op onder meer het waarborgen van de duurzaamheid van consumptie en productie, het bevorderen van de toegang tot niet-energetische kritieke grondstoffen en het toepassen van sleuteltechnologieën binnen haar beleidskader.

C. Van de Europa 2020-strategie naar de nieuwe industriestrategie

De in 2010 gelanceerde Europa 2020-strategie was gericht op slimme, duurzame en inclusieve groei. De strategie omvatte zeven kerninitiatieven waarvan vier gericht waren op een verbetering van het concurrentievermogen van de Europese industrie:

  1. Innovatie-Unie”;
  2. Een digitale agenda voor Europa”;
  3. Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering”;
  4. Nieuwe vaardigheden voor nieuwe banen”.

In de mededeling van de Commissie van 2011 getiteld “Het industriebeleid: het concurrentievermogen versterken” werd gewezen op de behoefte aan structurele hervormingen en gecoördineerd beleid om het concurrentievermogen van de EU te vergroten en duurzame groei op de lange termijn te bevorderen.

In 2012 publiceerde de Commissie een mededeling getiteld “Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel: Actualisering van de mededeling over het industriebeleid”. Daarin wordt de doelstelling geschetst om investeringen in innovatie te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor zes prioritaire gebieden: i) geavanceerde schone fabricagetechnologieën, ii) sleuteltechnologieën, iii) producten op biobasis, iv) duurzaam industrie- en bouwbeleid en duurzame grondstoffen, v) schone voertuigen en vaartuigen, en vi) slimme netwerken.

In 2014 heeft de Commissie de mededeling getiteld “Voor een heropleving van de Europese industrie” goedgekeurd. Hierin werd de nadruk gelegd op het omkeren van de achteruitgang van de industrie en het verhogen van de industriële activiteiten tot 20 % van het bbp tegen 2020. In 2016 richtte de mededeling “Digitalisering van het Europese bedrijfsleven” zich op digitale transformatie, waarbij uitdagingen als financiering, normalisatie van informatie- en communicatietechnologie (ICT), big data en vaardigheden werden opgepakt. Bovendien was het “starters- en opschalingsinitiatief” in 2016 bedoeld om innovatieve ondernemers te ondersteunen bij het opbouwen van wereldwijd toonaangevende bedrijven. Sectoren zoals ICT, staal, cement, textiel en chemische stoffen werden opgenomen in de brede routekaart met de belangrijkste acties die in 2019 werd geïntroduceerd met de mededeling van de Commissie getiteld “De Europese Green Deal”, die erop gericht was industrie te mobiliseren voor een schone en circulaire economie. In maart 2020 presenteerde de Commissie “Een nieuwe industriestrategie voor Europa” om de Europese industrie te helpen het voortouw te nemen bij de dubbele transitie naar klimaatneutraliteit en digitaal leiderschap, en om het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de EU te vergroten.

De lancering van deze strategie viel evenwel samen met de uitbraak van de COVID-19-pandemie en vond plaats vóór de vaststelling van het plan Next Generation EU. De auteurs van de strategie konden dan ook geen rekening houden met de gevolgen van de pandemie voor de industrieën van de EU. In reactie op de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de industriële toeleveringsketens en voor het concurrentievermogen van de EU nam het Parlement in april 2020 een resolutie over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden aan. In november 2020 verzochten de leden van het Parlement de Commissie met een herziene industriestrategie te komen.

In mei 2021 presenteerde de Commissie een actualisering van de Europese industriestrategie, met specifieke aandacht voor de veerkracht van de eengemaakte markt van de EU, de afhankelijkheden van de EU op belangrijke strategische gebieden, en steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en start-ups, alsook voor het versnellen van de groene en de digitale transitie. In september 2020 had de Commissie reeds een actieplan voor kritieke grondstoffen goedgekeurd, met daarin een prognoseonderzoek naar kritieke grondstoffen voor strategische technologieën en sectoren voor 2030 en 2050.

In februari 2021 presenteerde de Commissie een actieplan voor synergieën tussen de civiele, defensie- en ruimtevaartindustrieën om de technologische voorsprong van Europa verder te vergroten en haar industriesectoren te ondersteunen. Het actieplan beoogde Europese innovatie te versterken door het disruptieve potentieel te verkennen van technologieën op het raakvlak tussen de defensie-, ruimtevaart- en civiele industrie, zoals de cloud, processoren, cyber- en quantumtechnologie en kunstmatige intelligentie.

De grootschalige Russische invasie van Oekraïne, die in februari 2022 begon, heeft er ook toe bijgedragen dat de EU haar inspanningen op het gebied van concurrentievermogen en veerkrachtige toeleveringsketens verder heeft opgevoerd. Op 10 maart 2023 presenteerden de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid een gezamenlijke mededeling over een ruimtestrategie voor veiligheid en defensie van de Europese Unie die de EU in staat zal stellen haar ruimtevaartactiva te beschermen, haar belangen te verdedigen, vijandige activiteiten in de ruimte te ontmoedigen en haar strategische houding en autonomie te versterken.

Voortbouwend op de Europese Green Deal heeft de Commissie in februari 2025 de Clean Industrial Deal gelanceerd, met als doel de Europese sector schone technologie te versterken en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de industrie te waarborgen. In het kader van de deal wordt meer dan 100 miljard EUR vrijgemaakt om schone productie te ondersteunen, met de nadruk op energie-intensieve industriesectoren en de schone technologiesector, en omvat sectorale actieplannen voor de automobielindustrie, staal en metaal, en voor de chemische industrie, evenals een strategie voor de bio-economie.

Kernelementen van de Clean Industrial Deal zijn onder meer:

  • Lagere energiekosten: het Actieplan voor betaalbare energie heeft tot doel de energiefacturen te verlagen en de overgang naar een koolstofarme economie te bevorderen;
  • Stimuleren van de vraag naar in de EU vervaardigde schone producten: met de wetgeving inzake een versnelling van industriële decarbonisatie zullen duurzaamheids- en “made in Europe” -criteria worden ingevoerd bij overheidsopdrachten, aangevuld met een vrijwillig label voor koolstofintensiteit van industriële producten;
  • Mobiliseren van financiering: een staatssteunkader voor de Clean Industrial Deal zal een snellere goedkeuring van staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van hernieuwbare energie en het koolstofvrij maken van de industrie vergemakkelijken. Daarnaast zal de Commissie een bank voor decarbonisatie van de industrie oprichten, beter gebruikmaken van het EU-onderzoeksprogramma Horizon Europa en wijzigingen van de InvestEU-verordening voorstellen;
  • Verbeteren van de circulariteit van kritieke grondstoffen: verbeteren van de beoordeling van de EU-vraag en oprichting van een EU-centrum voor kritieke grondstoffen voor de gezamenlijke aankoop van deze grondstoffen. In 2027 zal de Commissie wetgeving op het gebied van circulaire economie voorstellen;
  • Beter gebruikmaken van handelsovereenkomsten;
  • Tot stand brengen van een unie van vaardigheden om de beroepsbevolking van de EU te voorzien van de vaardigheden die nodig zijn voor de transitie.

Voorts publiceerde de Commissie in maart 2025 een “Europees actieplan voor staal en metaal” en een “Industrieel actieplan voor de Europese autosector”. In mei 2025 presenteerde de Commissie een nieuwe strategie voor start-ups en scale-ups.

Het concurrentievermogen van de chemische industrie valt onder het in juli 2025 gepubliceerde “actieplan voor de Europese chemische industrie”. Het ging vergezeld van een omnibuswetgevingsvoorstel inzake chemische stoffen, een gedelegeerde handeling inzake koolstofarme waterstof en een voorstel voor de vereenvoudiging van de governanceregels in de basisverordening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen.

D. Het nettonultijdperk

Op 1 februari 2023 presenteerde de Commissie het nieuwe “Industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk”, met een Europese benadering voor het bevorderen van de nettonulindustrie van de EU aan de hand van maatregelen om het concurrentievermogen van de nettonulindustrie van de EU te bevorderen. Deze maatregelen omvatten drie wetgevingsvoorstellen die in 2023 werden gepubliceerd en vóór de Europese verkiezingen in juni 2024 werden afgerond.

i. De “verordening voor een nettonulindustrie”, die tot doel heeft de ontwikkeling van groene technologieën te ondersteunen door benchmarks vast te stellen voor de industriële capaciteit van de EU in 2030, versnelde vergunningsprocedures te vereenvoudigen, de markttoegang voor strategische technologieën te vergemakkelijken, de vaardigheden van de beroepsbevolking te verbeteren door middel van “academies voor nettonultechnologie” en een coördinatieplatform voor EU-maatregelen op te zetten. Daarnaast stelt verordening een streefcijfer voor CO2-koolstofafvang en -opslag vast van ten minste 50 miljoen ton per jaar tegen 2030.

ii. De “verordening kritieke grondstoffen” die gericht is op het verbeteren van de voorzieningszekerheid van de grondstoffen die nodig zijn voor de nettonultransitie door i) het invoeren van benchmarks voor de capaciteiten van binnenlandse mijnbouw, productie en recycling, ii) het opzetten van “strategische projecten” met snellere vergunningsprocedures en betere toegang tot financiering, en iii) het invoeren van vereisten voor partnerschappen met niet-EU-landen.

iii. Een hervorming van de structuur van de elektriciteitsmarkt, waarmee wordt beoogd de markt veerkrachtiger te maken, de impact van de gasprijs op elektriciteitsrekeningen te reduceren, en de energietransitie te ondersteunen.

De nettonultijdperkbenadering omvat ook maatregelen om de toegang tot zowel publieke als private financiering op nationaal of EU-niveau te vergemakkelijken en te vereenvoudigen. De benadering behelst ook maatregelen voor het ontwikkelen van een passend geschoold werknemersbestand en maatregelen inzake mondiale samenwerking en internationale handel.

E. Steunprogramma’s van de EU

De EU heeft tal van beleidsmaatregelen en initiatieven, waaronder het cohesiebeleid, Horizon Europa (2021-2027) en de Connecting Europe Facility. Deze initiatieven beschikken over aanzienlijke budgetten en zijn gericht op het bevorderen van gebieden als kmo’s en innovatie, met doelstellingen zoals het mobiliseren van ten minste 500 miljard EUR aan investeringen tegen 2020. In 2025 hebben de EU-instellingen onderhandelen aangevat over de langetermijnbegroting van de EU voor de periode 2028-2034, met inbegrip van uitgavenprioriteiten en begrotingstoewijzing.

Op 5 maart 2024 werd de allereerste strategie voor de Europese defensie-industrie gepresenteerd. Met deze strategie wordt gestreefd naar een verhoging van de defensie-uitgaven, verbetering op het gebied van gezamenlijke aanbestedingen, het bieden van meer voorspelbaarheid voor de defensie-industrie en meer interoperabiliteit tussen de Europese strijdkrachten. De voorgestelde verordening tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie is erop gericht 1,5 miljard EUR uit de EU-begroting vrij te maken voor de periode 2025-2027. Die middelen zullen het concurrentievermogen van de defensietechnologie en industriële basis van de EU blijven versterken. In maart 2025 publiceerde de Commissie het gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030.

Op 16 juli 2025 heeft de Commissie haar voorstel voor het meerjarig financieel kader (MFK), de langetermijnbegroting van de EU, voor de jaren 2028-2034 gepresenteerd. Het voorstel omvat wijzigingen in bestaande programma’s en de oprichting van een nieuw fonds, het Europees Fonds voor concurrentievermogen, voor investeringen in strategische technologieën.

De rol van het Europees Parlement

Met de wijzigingen die het Verdrag van Maastricht van 1992 teweegbracht, werd het industriebeleid voor het eerst opgenomen in de bindende overeenkomsten tussen de EU-landen, grotendeels als gevolg van initiatieven van het Parlement. Sindsdien heeft het Parlement tal van resoluties en standpunten aangenomen die het industriebeleid van de EU verder hebben versterkt.

Hieronder volgen enkele van de meest recente resoluties:

Meer informatie over dit onderwerp vindt u op de website van de Commissie industrie, onderzoek en energie van het Parlement.

 

Anne Ploeger