De Rekenkamer

De Europese Rekenkamer (de Rekenkamer) is belast met het controleren van de financiën van de EU. In haar hoedanigheid van externe auditor van de EU draagt de Rekenkamer bij aan het verbeteren van het financieel beheer van de EU en treedt zij op als onafhankelijk hoedster van de financiële belangen van de EU-burgers.

Rechtsgrond

  • Artikelen 285 tot en met 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
  • Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, (zie met name titel XIV inzake externe audit en kwijting).

Structuur

A. Leden

1. Aantal

De Rekenkamer heeft één lid per EU-lidstaat (het Verdrag van Nice formaliseerde wat de erkende procedure was), dus 27 leden in beginsel.

2. Voorwaarden

De leden moeten:

  • in hun eigen land behoren of behoord hebben tot de externe controle-instanties of bijzonder gekwalificeerd zijn voor deze functie;
  • alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden.

3. Procedure voor de benoeming

  • Elke EU-lidstaat beveelt een kandidaat voor zijn eigen zetel aan. De Raad van de EU benoemt de kandidaat vervolgens formeel tot lid van de Rekenkamer, na raadpleging van het Europees Parlement.

4. Ambtstermijn

De leden worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.

5. Statuut

De leden van de Rekenkamer genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als de rechters van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

6. Plichten

De leden van de Rekenkamer oefenen hun ambt volledig onafhankelijk uit. Dit betekent dat zij:

  • geen aanwijzingen van buitenaf mogen vragen of aanvaarden;
  • zich moeten onthouden van iedere handeling die onverenigbaar is met hun taken;
  • geen andere beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, mogen verrichten;
  • door het Hof van Justitie van de EU uit hun ambt kunnen worden ontheven als zij niet aan deze voorwaarden voldoen.

B. Organisatie

De leden van de Rekenkamer kiezen uit hun midden een president voor een termijn van drie jaar, die hernieuwd kan worden.

De Rekenkamer is georganiseerd in vijf kamers. Elk van die kamers is bevoegd voor specifieke terreinen van uitgaven en ontvangsten:

  • Kamer I: Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
  • Kamer II: Investeringen ten behoeve van cohesie, groei en inclusie;
  • Kamer III: Externe maatregelen, veiligheid en justitie;
  • Kamer IV: Marktregulering en concurrerende economie;
  • Kamer V: Financiering en administratie van de Europese Unie.

Elke kamer heeft twee hoofdtaken:

  • de opstelling van speciale verslagen, specifieke jaarverslagen en adviezen,
  • de uitwerking van de ontwerpopmerkingen voor de jaarverslagen over de algemene begroting van de EU en de Europese Ontwikkelingsfondsen, alsook van de ontwerpadviezen die door de Rekenkamer moeten worden vastgesteld.

De Rekenkamer telt ongeveer 900 personeelsleden en is gevestigd in Luxemburg.

Taken

A. De controles door de Rekenkamer

1. Bevoegdheidsgebied

Onder de bevoegdheid van de Rekenkamer vallen alle verrichtingen in verband met de ontvangsten en uitgaven van de Europese Unie en van elk door de EU opgericht orgaan. De Rekenkamer voert haar controles uit om redelijke zekerheid te verkrijgen ten aanzien van:

  • de betrouwbaarheid van de jaarlijkse rekeningen van de Europese Unie (financiële controle);
  • de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen (nalevingsgerichte controle); en
  • goed financieel beheer (doelmatigheidscontrole).

2. Controlemethodologie

De Rekenkamer verricht doorlopend controles. De controles kunnen plaatsvinden vóór de afsluiting van het desbetreffende begrotingsjaar. Zij worden verricht aan de hand van stukken en zo nodig ter plaatse, dat wil zeggen bij:

  • EU-instellingen en -agentschappen;
  • elk orgaan dat namens de EU ontvangsten en uitgaven beheert;
  • elke natuurlijke of rechtspersoon die middelen uit de EU-begroting ontvangt.

De controle in de lidstaten gebeurt in samenwerking met de nationale hoge controle-instanties. De gecontroleerden zijn gehouden de Rekenkamer alle bescheiden en informatie te verstrekken die zij voor het vervullen van haar opdracht nodig acht.

De Rekenkamer beschikt niet over onderzoeksbevoegdheden. Daarom meldt zij gevallen van mogelijke fraude en corruptie aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding en/of het Europees Openbaar Ministerie, die de zaken vervolgens behandelen overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

3. Controleverslagen

Na de controles publiceert de Rekenkamer:

  • jaarverslagen over de uitvoering van de EU-begroting en het Europees Ontwikkelingsfonds, met inbegrip van de betrouwbaarheidsverklaring, gericht op naleving en regelmatigheid (uiterlijk 15 november); sinds 2022 worden prestatieaspecten opnieuw behandeld in het kader van de jaarverslagen en in speciale verslagen (in tegenstelling tot de jaarverslagen betreffende de prestaties van de EU-begroting in de jaren 2019-2021);
  • specifieke jaarverslagen over de agentschappen, gedecentraliseerde organen en gemeenschappelijke ondernemingen van de EU;
  • speciale verslagen over onderwerpen van belang, in het bijzonder op het vlak van goed financieel beheer en specifieke uitgaven- of beleidsterreinen;
  • analyses die betrekking hebben op beleids- en beheerthema’s vanuit een breed perspectief, waarin nog niet gecontroleerde gebieden of kwesties worden geanalyseerd, of waarmee een feitelijke basis wordt gelegd voor bepaalde onderwerpen.

B. Raadgevende bevoegdheden

Krachtens artikel 287, lid 4, VWEU kunnen de andere instellingen de Rekenkamer desgewenst om advies vragen. De Rekenkamer is verplicht advies te geven wanneer de Raad:

  • financiële verordeningen vaststelt houdende voorschriften voor de opstelling en uitvoering van de begroting alsmede voor rekening en verantwoording en controle van de rekeningen;
  • de regels en de procedure bepaalt volgens welke de eigen middelen van de EU ter beschikking van de Commissie worden gesteld;
  • de regels vaststelt betreffende de verantwoordelijkheid van de financiële controleurs, ordonnateurs en rekenplichtigen; dan wel
  • maatregelen met betrekking tot fraudebestrijding vaststelt.

De adviezen van de Rekenkamer zijn adviserend van aard en niet juridisch bindend.

Het jaarverslag van de Rekenkamer voor 2024

A. Uitvoering van de reguliere EU-begroting

Het totale foutenpercentage van de uitgaven steeg van 3,0 % in 2021 tot 4,2 % in 2022 en 5,6 % in 2023, en daalde vervolgens in 2024 tot 3,6 %. Van de gecontroleerde uitgaven betrof 68,9 % uitgaven met een hoog risico, dat wil zeggen voornamelijk betalingen op basis van vergoedingen, waarvoor complexe regels en subsidiabiliteitscriteria gelden. Dit soort betalingen wordt dikwijls verricht in het kader van het cohesiebeleid en de programma’s voor plattelandsontwikkeling, die in gedeeld beheer tussen de Commissie en de lidstaten worden uitgevoerd.

Het geschatte foutenpercentage voor dit soort betalingen bedraagt 5,2 % (in vergelijking met 7,9 % in 2023, 6 % in 2022 en 4,7 % in 2021), wat boven de materialiteitsdrempel ligt en als “van diepgaande invloed” werd ingedeeld. De Rekenkamer heeft daarom voor het zesde achtereenvolgende jaar een afkeurend oordeel afgegeven over de wettigheid en regelmatigheid van de begrotingsuitgaven (in plaats van een oordeel met beperking zoals het geval was voor de jaren 2016-2018) en erop gewezen dat fouten inzake subsidiabiliteit en overheidsopdrachten het meest bijdroegen aan het geschatte foutenpercentage.

B. Uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit

Naast haar controle van de uitgaven in het kader van de reguliere EU-begroting monitort de Rekenkamer de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) en beoordeelt zij of betalingen verband houden met het bereiken van overeengekomen mijlpalen en streefdoelen. Zij heeft tot taak ervoor te zorgen dat de prestatiegerichte aanpak van de RRF op doeltreffende wijze resultaten oplevert en dat de EU-middelen naar behoren en op transparante wijze worden gebruikt. Daartoe stelt de ERK een reeks verslagen op over de uitvoering van de RRF.

De Rekenkamer controleerde 222 mijlpalen en 173 streefdoelen in de 28 subsidiebetalingen die in 2024 waren verricht voor 59,9 miljard EUR in totaal, om te beoordelen of ze voldeden aan de betalings- en subsidiabiliteitsvoorwaarden. Voorts heeft de Rekenkamer een oordeel met beperking afgegeven betreffende de wettigheid en regelmatigheid van de RRF-uitgaven. De volgende kwalitatieve en kwantitatieve elementen werden genoemd:

  • bij 12 van de 395 onderzochte mijlpalen en streefdoelen lag de financiële impact van de bevindingen boven de materialiteitsdrempel;
  • bij vijf betalingen waren zes mijlpalen niet op bevredigende wijze verwezenlijkt;
  • in vier gevallen waren mijlpalen of streefdoelen vaag omschreven;
  • er was één geval van dubbele financiering door de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen, en één streefdoel was teruggedraaid;
  • bepaalde projecten waren van start gegaan vóór het begin van de subsidiabiliteitsperiode in februari 2020;
  • sommige lidstaten voerden de meeste openstaande controleaanbevelingen van de Commissie met betrekking tot kritieke en zeer belangrijke bevindingen niet onmiddellijk uit;
  • RRF-middelen zijn niet in alle lidstaten systematisch traceerbaar.

De Rekenkamer gaf de Commissie twee aanbevelingen:

  • de reikwijdte van de controles die tijdens de voorlopige beoordelingen worden uitgevoerd, uit te breiden;
  • vertragingen bij de uitvoering door de lidstaten van de controleaanbevelingen van de Commissie aan te pakken.

C. Prestaties van de EU-begroting

In 2022 heeft de Rekenkamer het jaarlijkse prestatieverslag stopgezet en de prestatieaspecten van de uitvoering van de begroting opnieuw opgenomen in hoofdstuk 3 van het jaarverslag. Dit hoofdstuk bestaat uit twee hoofddelen.

  • Deel 1 geeft een overzicht van de resultaten van 28 speciale verslagen van de Rekenkamer in 2024 op vijf strategische gebieden, namelijk:

Na de samenvatting van de kernboodschappen voor elk gebied worden in het jaarverslag voorbeelden gegeven van acties door de Commissie in antwoord op de speciale verslagen en worden de reacties van het Europees Parlement en de Raad samengevat.

  • Deel 2 bevat meer informatie over de prestaties van programma’s binnen het meerjarig financieel kader, met bijzondere aandacht voor rubriek 1, “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid”, en de volgende in de steekproef opgenomen programma’s: Horizon Europa, de Connecting Europe Facility (CEF), het ruimtevaartprogramma van de EU en InvestEU.

Rol van het Europees Parlement

De Rekenkamer werd in 1977 opgericht op initiatief van het Parlement en is sinds 1993 een instelling van de EU. Sindsdien ondersteunt de Rekenkamer het Parlement en de Raad bij het toezicht op de uitvoering van de begroting. Met name de jaarverslagen en de speciale verslagen van de Rekenkamer vormen de basis voor het jaarlijkse kwijtingsbesluit van het Parlement.

De leden van de Rekenkamer wordt verzocht hun verslagen tijdens commissievergaderingen te presenteren en vragen van leden van het Europees Parlement te beantwoorden, voornamelijk in de Commissie begrotingscontrole (CONT) van het Parlement, maar ook tijdens gezamenlijke vergaderingen van de commissie CONT met een of meer gespecialiseerde commissies of, bij gelegenheid, in gevallen van beperkt belang voor de commissie CONT, alleen in een gespecialiseerde commissie. De Rekenkamer en de commissie CONT houden vergaderingen om hun politieke prioriteiten, alsook het jaarlijks werkprogramma van de Rekenkamer, de gedetailleerde regelingen voor samenwerking enz. te bespreken. Een keer per jaar woont de president van de Rekenkamer een vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters van het Parlement bij om het jaarlijks werkprogramma van de Rekenkamer te presenteren en alle commissies te verzoeken hun voorstellen voor de volgende programmeringsperiode in te dienen. Het Parlement doet over deze onderwerpen ook voorstellen in zijn jaarlijkse resoluties over het verlenen van kwijting aan de Rekenkamer.

Het Parlement speelt ook een rol bij de benoeming van leden van de Rekenkamer. De commissie CONT houdt hoorzittingen met de voorgedragen leden van de Rekenkamer, stemt over hun voordracht en doet een aanbeveling aan de plenaire vergadering, die vervolgens binnen twee (in de praktijk soms drie) maanden na ontvangst van de voordracht over hun aanstelling stemt.

Daarnaast maken de leden van het Europees Parlement gebruik van de expertise van de Rekenkamer bij het opstellen van wetgeving over financiële kwesties.

Meer informatie over dit onderwerp vindt u op de website van de Commissie begrotingscontrole.

 

Vera Milicevic